Tazio Nuvolari met zijn Augusta


Lusso, 1935


Cabriolet Paul Neé


March Special, Brooklands 1935


Touring

AUGUSTA/BELNA 1932-1936,
de eerste kleine Lancia
>> TERUG


Lancia vestigde een reputatie met auto’s voor de duurdere middenklasse maar bracht in 1932 voor het eerst een kleine auto uit, de Augusta.
De grote innovatie van de Lambda was de zelfdragende carrosseriestructuur, maar de daarop volgende Dilambda, Artena en Astura hadden weer een gewoon chassis. Voor de Augusta greep Lancia terug naar het concept van de Lambda, dus vormde de zelfdragende carrosserie weer een integraal onderdeel van het ontwerp. Nu echter voor een gesloten model en in een veel compactere vorm met een totale lengte van maar 3,81 meter. De onafhankelijke voorwielophanging en een viercilinder V-motor met bovenliggende nokkenas maakten de Augusta niet alleen technisch tot een echte Lancia, ook de kwaliteit, afwerking, remmen en rijeigenschappen deden niet onder voor de grotere modellen.

Integendeel, doordat de Augusta zo licht gebouwd kon worden is het een ongelofelijk goed rijdende auto en Tazio Nuvolari, de grootste coureur ooit, reed privé met een Augusta.
In Frankrijk is de Augusta in licentie gebouwd en daar onder de typenaam Belna op de markt gebracht. De Belna is technisch identiek, maar kan in details behoorlijk afwijken omdat veel onderdelen bij Franse toeleveranciers werden ingekocht.


Carrosserie:

Motor:

Versnellingsbak:
Banden:
Wielbasis:
Gewicht:
Productie-aantal:
Topsnelheid:
Een vierdeurs zelfdragende carrosserie of een platform chassis voor speciale carrosserieën.
V4 met een blokhoek van 18°15’ en een bovenliggende nokkenas, 1196 cc, 35 pk.
Vier versnellingen met in-/uitschakelbare vrijloop.
14x40.
2650 mm.
830 kg.
Augusta circa 17.000, Belna circa 3.000.
102 km/h.

 

>> TERUG